Graduation project

On the 28th of August 2013 I presented my graduation project, which was graded an 8.5.

Developing an Augmented Reality application to promote an extended concept of cognition in education

[ABSTRACT]
The ever decreasing size and price of computer parts seems to be leading to computing power becoming ubiquitous. Similar to technology such as pen and paper, computing power becomes intertwined with our problem solving processes in such ways that it becomes invisible. This development has, and will have, enormous influence on our cognitive profiles. The field of education however, has barely changed to cope with this change in cognitive profiles.  While developments in information technologies are changing how we learn in many ways, we believe it is essential to rethink what we should learn in this perspective of increasing availability and accessibility of computing power.

This research reviews an extended concept of cognition, in which technological elements can actually be part of the cognitive process. We suggest this view as a framework to discuss the goals of education and the technological aids that can be used to reach these goals. To raise this discussion, a mobile application is developed which shows the potential of Augmented Reality techniques to display context-sensitive information, which can be incorporated in the problem solving process.

 
The output of my research project consisted of three parts:

1. An article published in the third issue of AR[t] magazine of the ARLab titled: ‘Augmented Education: How AR technologies extend our minds’.

2. An Augmented Reality app ARMath, created using Unity 3D and the Vuforia AR library. The prototype recognizes mathematical statements and displays extra information on the problem in the vicinity, such as a graph when an equation is recognized. Because of the limitations of live text recognition, this prototype uses image recognition and therefore only works for certain mathematical statements.

3. A PhD proposal to extend this research.

Below you can find my article in the AR[t] magazine.

Download the article here

Dennett infographics

Daniel Dennett has won the 2012 Erasmus price and because of this a Dennett week was organized in Amsterdam.

Bas Haring and I made 9 infographics about some of Dennett’s ideas, for a exhibition in the Public Library of Amsterdam (OBA). Suzanne Hertogs (Ontwerphaven) designed the posters.

This was a very cool project. Dennett liked the posters and we got to talk to Princess Máxima and Queen Beatrix after the ceremony of the Erasmus price!

 

 

Click below to see more pictures and all the posters.

Continue reading

Het Semantic Web en netwerktechnologische cognitieve uitbreidingen

Final paper for the course Wikisofie

ABSTRACT

The Semantic Web is initiated as a project which would make the semantics of the information in the collection of documents which form the Web, understandable for machines. In this paper I will show some of the arguments for the statement that this project is too ambitious and in fact relies on strong AI. Therefore, it is in the foreseeable future impossible. Instead, I will show an alternative use of the Semantic Web, namely to make the information on the Web even better accessible to human users. By using the Semantic Web in Augmented Reality applications, the required information could be found easier and, more important, could be presented in ways which are better suitable than the natural language in which it is presented in on the Web. This would lower the information access cost significantly, especially when presenting more complex information, which makes the possibility of network-enabled cognition much more plausible.

Continue reading

Creatief programmeren

Laatste column voor het vak Wikisofie.

In deze column wil ik een licht werpen op de volgende stelling:

 Door leden van de samenleving toegang te geven tot een gemeenschappelijk fonds van probleemoplossingen en handelingsmogelijkheden, wordt enerzijds de cognitieve druk op het individu ontlast, maar zou de samenleving anderzijds ook aan creativiteit en originaliteit kunnen inboeten.

Laten we hiervoor kijken naar een cognitieve taak waarbij het oplossen van problemen centraal staat: het programmeren van software. Gedurende de afgelopen decennia is het proces van programmeren steeds verder komen te staan van het aansturen van fysieke processen in de hardware. Door de creatie van hogere programmeertalen kan de computer op een abstractere wijze worden aangestuurd. In plaats van directe instructies aan de processor te geven in de vorm van nullen en enen, kunnen we gebruik maken van ingebouwde functies als if-statements en for-loops. Deze abstractie van de onderliggende processen is nog verder doorgezet met het object-georiënteerd programmeren en de opkomst van grafische programmeeromgevingen. Door deze laatste ontwikkeling is het jargon van ‘het schrijven van een programma’ achterhaald geraakt. In omgevingen als Max/MSP, Labview, of Google’s nieuwe Android gebruikerstool Appinventor, sleep je grafische elementen rond op een virtueel bureaublad en leg je functionele verbindingen tussen de verschillende modules aan.

Continue reading

Over het Internet

Vijfde column voor het vak Wikisofie.

Het is opzienbarend hoeveel de standpunten van Hubert Dreyfus en Don Tapscott die zij presenteren in hun boeken On the Internet, respectievelijk Wikinomics uit elkaar liggen. Beiden boeken gaan over toepassingen van het Internet en de invloed daarvan op de samenleving. Toch lijkt het alsof beide auteurs het over volstrekt verschillende media hebben.
Continue reading

Epistemische deugden van het uitgebreide systeem

Vierde column voor het vak Wikisofie.

De toename van het gebruik van rekenmachines is funest geweest voor de hoofdrekencapaciteiten van jongeren. Nog steeds leren leerlingen van Nederlands basisscholen  het optellen, vermenigvuldigen en delen van grote getallen met behulp van pen en papier. In de jaren na de bassischool worden deze vaardigheden echter nog weinig geoefend, aangezien de leerlingen in de brugklas verplicht een rekenmachine moeten aanschaffen. Dit handige stukje technologie is altijd bij de hand wanneer er opgaven voor wiskunde, economie of natuurkunde gemaakt moeten worden en wordt door veel leerlingen dan ook al snel gebruikt voor het berekenen van de meest eenvoudige sommen. Voor het oplossen van ingewikkeldere rekenkunde als worteltrekken wordt al jaren geen handmatige, numerieke methode meer geleerd. In plaats daarvan wordt leerlingen geleerd hoe ze de rekenmachine moeten bedienen om te worteltrekken.
Continue reading

Internetafleiding

Derde column voor Wikisofie, als reactie op Nicholas Carr.

The kind of deep reading that a sequence of printed pages promotes is valuable not just for the knowledge we acquire from the author’s words but for the intellectual vibrations those words set off within our own minds. In the quiet spaces opened up by the sustained, undistracted reading of a book, or by any other act of contemplation, for that matter, we make our own associations, draw our own inferences and analogies, foster our own ideas.” (Carr, 2008)

Mede beïnvloed door de schoonheid van de stilte van het nadenken over Carrs woorden, kan ik mij vinden in zijn idee dat we door de digitalisering van ons leven mogelijk iets waardevols kwijt aan het raken zijn. De structuur van hyperlinks op het WWW en de drang tot doorklikken die dit oplevert zou inderdaad een oorzaak kunnen zijn van mijn korte aandachtsspanne. Terwijl ik de gedachten die, geactiveerd door het ‘diepe lezen’ van Carrs paper in m’n geest ontstaan, tracht te vormen en vast te leggen, realiseer ik me dat ik dit aan het doen ben op mijn smartphone. Met behulp van het touchscreen en gecorrigeerd door de slimme woordherkenning typ ik zinnen in een notitie-app, die deze aantekeningen vervolgens direct automatisch online synchroniseert met mijn account. Het apparaat dat ik in mijn handen heb en de mobiele verbinding met het Internet die het heeft stellen me in staat om op vrijwel elk moment en vrijwel elke plek een intellectuele gedachte vorm te geven met alle bronnen die ik hier doorgaans voor gebruik tot mijn beschikking.
Continue reading

Sociale uitbreidingen

Tweede column voor het vak Wikisofie.

In veel sciencefictionverhalen is maar weinig ruimte voor menselijke communicatie. Films hebben mentale toekomstbeelden gecreëerd van de wereld die door kille, geweten- en emotieloze robots is overgenomen. Supercomputers die een eigen leven zijn gaan leiden en mensen tot slaven of energiecentrales hebben gemaakt. Het idee van onze eigen technologie die zich tegen ons keert zit diep geworteld in de Westerse cultuur.

Continue reading

Directe externe feedback

Eerste column geschreven voor het vak Wikisofie.

Directe externe feedback

Tijdens het proces van schrijven voert de schrijver[1] een dialoog met zichzelf; na een stuk geschreven te hebben, verandert hij zijn rol naar een denkbeeldig lezer, bepaalt of de tekst duidelijk is en geeft feedback aan de producerende speler in het rollenspel. In dit proces probeert de schrijver continu zijn tekst te verbeteren. Door zich in te beelden hoe een lezer de tekst leest, komen mogelijke onduidelijkheden naar voren. Dit publiek waarvoor een schrijver schrijft is echter altijd fictief, de meeste externe feedback volgt vaak pas na publicatie. Zoals Walter J. Ong het formuleert:

in ‘writing’ something, the one producing the written utterance is (..) alone. Writing is a solipsistic operation.” (Walter J. Ong, 1982, p.101)[2]
Continue reading

Roger Penrose’s theory of consciousness in the light of active externalism

Final paper for my Philosophy of Science BA, written in 2010. In this paper I discuss the theory of Roger Penrose’s theory of consciousness in which non-computable processes are essential, in the light of active externalism, as put forward by Andy Clark.

———————————————————————————————————–

Vergroten van wiskundig inzicht met externe computationele processen
Penrose in het licht van technologische uitbreidingen

Er bestaat veel weerstand tegen de stelling dat ‘sterke KI’, sterke Kunstmatige Intelligentie[1], mogelijk zou zijn. In deze paper zal ik de stelling van sterke KI aanhouden die John Searle introduceert in zijn paper Minds, Brains and Programs (Searle, 1980):

 “The appropriately programmed computer with the right inputs and outputs would there­­by have a mind in exactly the same sense human beings have minds.” (Searle, 1980, p2)

 Een aanzienlijk deel van de weerstand die mensen tegen deze stelling uiten is intuïtief van aard. In plaats van rationele argumenten probeert men duidelijk te maken dat sterke KI niet mogelijk kan zijn door te stellen dat “Een machine nooit…”, gevolgd door zinsdelen als: kan genieten van een blauwe lucht, humor kan hebben, natuurlijke taal kan gebruiken, vriendelijk kan zijn, iets nieuws kan doen, etc. Van de meeste van deze dingen kunnen we ons inderdaad nauwelijks voorstellen dat een machine er toe in staat zou zijn. Alan Turing merkt deze argumentatiemethode op in zijn paper ‘Computing Machines and Intelligence’ (Turing, 1950). Hij benadrukt echter dat deze manier van argumenteren gebaseerd is op wetenschappelijke inductie: mensen extrapoleren de prestaties van de computers waar ze tot dusver kennis van hebben[2] om te bepalen waartoe computers in staat zouden zijn. Aangezien de capaciteiten van computers sterk groeien is het bijzonder moeilijk te voorspellen waartoe computers in de toekomst in staat zullen zijn. De stelling dat er aspecten bestaan van het menselijke cognitieve systeem die nooit kunnen worden nagebootst door een machine, moet daarom gefundeerd worden door een principieel argument om overtuigend te zijn.

Continue reading

Transhuman understanding

Paper written for the course ‘Transhuman epistemics’, about the limitations of extending cognitive capabilities to increase understanding.

Transhumaan begrip
Paper Transhuman Epistemics

Al eeuwenlang is de mens geïnteresseerd in het begrip ‘kennis’. ‘Wat is kennis?’, ‘Wat betekent het als iemand iets weet?’, ‘Is er een objectieve werkelijkheid?’, ‘Is die objectieve werkelijkheid kenbaar, op welke wijze kunnen mensen die achterhalen?’, ‘Wat zijn onze bronnen van kennis en wat zijn de mechanismen waarmee we het vergaren?, ‘Wat zijn de limieten van de menselijke kennis’ en “Hoe zouden we kennis moeten vergaren?’. Dit is een aantal vragen die de leer van kennis, de epistemologie, al tijden probeert te beantwoorden.

            Sinds de enorme vooruitgangen die bereikt zijn in wetenschapsgebieden als de neurologie en biopsychologie is de menselijke geest echter niet meer een onderwerp dat enkel met een filosofische methode kan worden onderzocht. Wetenschappelijke analyse van hersenactiviteit bij het optreden van bepaalde ervaringen, of doen van bepaalde opdrachten, is een veel vruchtbaardere bron van informatie geworden dan filosofische introspectie. Deze ontwikkelingen hebben geleid tot de introductie van een nieuwe term: epistemica. Christopher Longuet-Higgins definieerde de term enkele decennia geleden bij het introduceren ervan als volgt:

 ‘the construction of formal models of the processes – perceptual, intellectual, and linguistic – by which knowledge and understanding are achieved and communicated’[1]

Een belangrijk verschil met de epistemologie is dat de epistemica het normatieve aspect mist, het probeert de laatste vraag van de eerste alinea niet te beantwoorden, of voor te schrijven wanneer je gerechtigd (jusitfied) bent een bepaalde overtuiging te hebben. De epistemologie was een puur filosofisch onderzoeksgebied. De epistemica een meer beschrijvende wetenschappelijke methode. Het moet de traditie van kennisleer voortzetten en uitbreiden met wetenschappelijke inzichten.

Continue reading

Prima Philosophia

Full paper for the course ‘Metafysica’ by Jan Sleutels. Written in 2007.

Voorbij een Eerste Filosofie
Is de Prima Philosophia ten einde?

In de Westerse filosofische traditie bestaat het idee van een Eerste Filosofie, een Prima Philosophia, door Descartes gesymboliseerd als de wortels van de boom die filosofie heet. Dit essay zal het ontstaan van dit idee beschrijven, van de eerste notie ervan door Aristoteles in zijn Metafysica, tot aan Kant, door wie de epistemologie de plaats van Eerste Filosofie van de metafysica afpakt. Het zal fundamentele lijnen van kritiek beschrijven: die van de transcendentale deductie en solidariteit en objectiviteit. Deze kritieken bieden alternatieven voor de gangbare notie van een Eerste Filosofie. Ook de discussies over deze alternatieven zullen worden besproken. We kijken dus voorbij een Eerste Filosofie om te proberen de vraag te beantwoorden of de notie van een Eerste Filosofie ook voorbij ís.

Continue reading